‘What happens in Paris stays in Paris’ bleek in mijn geval wel heel letterlijk. Donderdagochtend werd in Parijs mijn telefoon gestolen en dus ging ik zonder telefoon weer naar huis. Maar zo simpel ligt het (lange!) verhaal niet helemaal…
Allereerst wil ik zeggen: het was niet mijn bedoeling een hele blogpost te besteden aan een gestolen telefoon, maar aangezien ik zóveel vragen van jullie kreeg (‘hoe is het gebeurd?’, etc.) en mijn tweede dag in Parijs eigenlijk gewoon wel echt een verhaal is dat verteld moet worden, besloot ik het wel te doen. Bij deze.
Laat ik beginnen bij het begin. Nadat ik donderdagochtend had gegeten in het hotel waar ik verbleef besloten ik en de andere dames die in Parijs de nieuwe C&A kwamen bekijken om af te spreken op het station en vanaf daar gezamenlijk de stad te verkennen. We sliepen namelijk niet allemaal in hetzelfde hotel.
Samen met Joyce, die ook in “mijn” hotel sliep, liep ik richting Gare du Nord. Een stukje van vijf minuten vanaf ons hotel. Terwijl we door de straat pal voor Gare du Nord lopen maak ik met mijn telefoon wat foto’s van de mooie gebouwen, lantaarns, details, bomen, etc. Wanneer we bijna bij het station zijn stop ik mijn telefoon in mijn zak om de anderen te ontmoeten.
Wat er toen gebeurde ging heel snel en gebeurde in een paar seconden. Een klein meisje met donker haar, ik schatte haar een jaar of vijftien, rent vanaf de zijkant van het station naar zo’n drie meter voor m’n neus (je kent dat wel, zoals verkopers dat hier ook doen op straat) en begint in gebrekkig Engels te schreeuwen: ‘Sign, sign!’, met een A4’tje en een pen in haar hand. Alsof ze wilde dat ik een petitie ondertekende. Ik had al gemerkt dat het in Parijs stikt van de zwervers, bedelaars en andere mensen die iets van je willen dus ik wist gelijk (zoals ik overigens ook vaak in Nederland doe) dat ik wilde doorlopen en het negeren. Ik besteedde dan ook amper aandacht aan haar, maar voor ik het wist stonden er vier, vijf om me heen die mee begonnen te schreeuwen (nogmaals: dit gebeurde allemaal in een paar seconde), waardoor ik vaart moest minderen omdat ik even geen kant op kon. Twee seconde later waren ze allemaal weer weg en zei Joyce tegen mij: ‘Je moet oppassen met die lui hoor, een vriendin van me hebben ze een keer aan alle kanten bestolen’. Waarna ik meteen wist dat het foute boel was: ik greep naar mijn zak, voelde dat m’n telefoon weg was, draaide me om en zag dat er geen spoor meer van de meisjes te bekennen was.
Daar stond ik dan. Gelijk wist ik dat ik rustig wilde en moest blijven. Ook al was ik in een stad waar ik nog nooit geweest was, de taal niet sprak en met mensen die ik amper kende. Mijn telefoon voelde daar echt als mijn lijn naar de rest van de wereld en bovendien is mijn telefoon (merkte ik weer eens nu ik het zonder moet doen) mijn halve leven geworden. Mijn to-do lijstjes, contacten, e-mail, foto’s, apps, programma’s, instellingen… zóveel staat erin. En daarnaast is het mijn horloge en mijn wekker en zo nog honderd andere praktische dingen. Zonder telefoon voel ik me écht ontheemd (dus ik denk dat het tijd wordt om deze post weer eens te lezen).
Vervolgens ontstond er een beetje een vervelende situatie. Ik werd afhankelijk van anderen, omdat ik niet in mijn eentje door Parijs wilde lopen (waar ze echt amper een woord Engels spreken) zonder telefoon. Echter, ik wilde ook niet de anderen ophouden, die natuurlijk van hun tijd in Parijs wilden genieten. Al vrij snel werd duidelijk dat ik toch echt het beste dingen kon gaan regelen: mijn SIM-kaart laten blokkeren, liefst mijn hele telefoon laten blokkeren (want zonder SIM-kaart kun je nog steeds apps en dergelijke gebruiken waar ik gewoon ben ingelogd en waar je dus makkelijk misbruik van kunt maken) en gelijk in Parijs aangifte doen.
Nadat we zo’n uur verder waren en nog steeds bezig met ‘wat doen we nou?’ nam de druk een beetje toe. De “organisatoren” van de trip, de dames van C&A, moesten naar een ander C&A event in Parijs, de andere blogging ladies wilden natuurlijk winkelen, de Eiffeltoren gaan bekijken, etc. Wilde ik aangifte doen, dan moest ik in principe dus zelf zoeken naar een politiebureau, daar tegen mensen die amper Engels spreken mijn verhaal gaan doen, vervolgens een taxi regelen (ook niet makkelijk in Parijs), zorgen dat ik de taxi chauffeur kon duidelijk maken naar welk hotel ik moest, daar mijn spullen oppikken en vervolgens met mijn spullen op tijd op het station komen om mijn trein te halen. Zonder telefoon, zonder tijd. Iedereen begreep dat ik me daar niet comfortabel bij voelde en dus gaf ik aan dat ik liever gewoon veilig thuiskwam dan dat ik aangifte zou doen (door aangifte te doen had ik nog enigszins kans om eenmaal thuis een vergoeding van de verzekering te krijgen). Aangezien ik nooit reis, had ik waarschijnlijk niet eens een reisverzekering, waardoor ik tóch geen geld vergoed zou krijgen.
De dames van C&A lieten het daar niet bij zitten en deden heel erg hun best om mij te helpen. Ik voelde me bezwaard, maar ze zeiden continu: ‘Nee, jíj kunt er niets aan doen. Voor jóu is het vervelend’.
Ondertussen vroeg ik me af óf ik er inderdaad niets aan kon doen. Als ik dit schrijf, dan realiseer ik me dat ik feitelijk gezien natuurlijk een makkelijk doelwit van mezelf heb gemaakt door mijn grote, nieuwe telefoon zo zichtbaar te maken en vervolgens in een zak te stoppen. Dat is niet slim. Aan de andere kant: ik heb echt continu goed op al mijn spullen gelet (ik had ook nog mijn camera en laptop bij me) en een situatie als die me overkwam had ik gewoon niet verwacht. Ik had verwacht dat zakkenrollers heel sneaky te werk zouden gaan, zichzelf niet zouden willen laten zien. Deze meisjes stonden duidelijk en herkenbaar voor mijn neus, waren niet onopvallend en maakten kabaal. Bovendien zag ik het niet aankomen omsingeld te worden. Dat omsingelen had ik niet moeten laten gebeuren, dát heeft me mijn telefoon gekost. Ik heb me nooit echt af laten leiden, ik voelde instinctief wel dat ik dat niet moest doen.
Na veel opties te hebben overwogen besloot één dame van C&A naar het event te gaan en één met mij naar het politiebureau. De rest van de dames kon verder hun gang gaan in Parijs. Samen met de C&A dame (wat een dames!) die me zou begeleiden naar het politiebureau ging ik eerst me naar C&A om daar te vragen of er misschien een Frans iemand was die de gelegenheid had met ons mee te gaan om te vertalen. Toevallig bleek er daar voor het event waar de ándere C&A dame naartoe moest een vertaler aanwezig te zijn, die toestemming kreeg met ons mee te gaan. Terwijl we naar het politiebureau liepen was eigenlijk het enige moment dat ik echt wat van Parijs heb kunnen zien. Mijn hoofd stond er niet echt naar, maar ik zag toch de prachtige gebouwen, straten, en niet te vergeten de geweldige kledingstijlen van de mensen daar.
Op het politiebureau deed ik mijn verhaal, maar ik hoefde mijn zinnen niet eens af te maken. Wat ik meegemaakt had hadden zij al zó vaak gehoord en gezien en was blijkbaar zó’n normale gang van zaken dat ik toen wel echt even baalde dat ik het had laten gebeuren. Omdat het aangifte doen ontzettend lang duurde (ik heb zo’n 2.5 uur op een Frans politiebureau gezeten: best een belevenis!) begon ik vragen te stellen via de vertaler. Ik vroeg, als het zoveel gebeurde, waarom de kinderen niet op werden gepakt. Ik zei dat ik het een raar idee vond dat ze nu gewoon wéér aan het stelen zouden zijn. En morgen weer. En overmorgen weer.
Door de antwoorden die ik kreeg heb ik donderdagmiddag zo’n beetje de hele Franse wet leren kennen. In Frankrijk is de wet heel aantrekkelijk voor Roemeense bendes (waar ik mee te maken had) en daarom zijn er zoveel van in Frankrijk. Met name in Parijs, omdat daar zoveel toeristen zijn. Toeristen die zijn zoals ik: die hun tactiek niet verwachten. De bendes kennen de wet door en door en weten precies wat ze moeten doen om niet gestraft te kunnen worden. Zo zijn kinderen onder de 18 praktisch onschendbaar in Frankrijk. Ze kunnen opgepakt worden, maar niet gestraft. Verder zijn het vaak ouderen die toeslaan in het OV, omdat zij niet verdacht zijn. De meest verdachte groep (volwassen mannen bijvoorbeeld), steelt meestal niet, maar bedelt op straat en verdient daar alsnog veel geld mee. Samen worden de bendes stinkend rijk.
De bendes zijn een grote frustratie voor de lokale politie. De agent zei letterlijk tegen mij: ‘If you see them again: punch them in the face. Seriously. And do it to the first one. If you scare the first one, the others won’t come’. Naar mijn idee gaat deze situatie een keer fout, want als de politie dit verkondigt dan gaan mensen eigen rechter spelen en iedereen weet wat er van eigen rechter spelen komt, toch?
Nadat de aangifte erop zat – de vertaler zei nog: ‘I don’t want to be pessimistic, but why are we doing this? I mean: your phone is gone right, it won’t come back’-, waarna ik uitlegde dat het een verzekeringskwestie was- was het praktischer om met de dames van C&A met de auto mee terug te gaan naar Nederland, in plaats van met de trein. Toen we ‘s avonds net over de Belgische grens waren, belt mijn vader me op: ‘Waar zit je?’. Ik: ‘Heb je mijn voicemails niet gehoord? Mijn telefoon is weg!’. Mijn vader weer: ‘Waar zit je?’. Ik: ‘Weet ik veel’.
‘Je telefoon is terug’. ‘WAT zeg je?!’. ‘Je telefoon is terug! Daarom vroeg ik waar je zat, een agent belde me om te vragen of je hem op kwam halen. Ik zei dat je al onderweg naar huis moest zijn. ‘. Helemaal verbijsterd verkondigde ik in de auto dat mijn telefoon was gevonden. Ook al geloofde ik het helemaal niet. ‘Maar HOE dan?’. ‘Ze hebben een vrouw opgepakt. Een Roemeense. Ze had jouw telefoon bij zich’.
Nog steeds geloofde ik het niet. Er zijn zoveel Roemeense vrouwen, er zijn zoveel telefoons. Langzaam realiseerde ik me dat het die van mij moest zijn. Ik heb namelijk nooit aan niemand mijn vaders mobiele nummer gegeven, en de Franse politie heeft mijn vader mobiel gebeld. Ze konden alleen aan dit nummer zijn gekomen door in mijn telefoon te zoeken naar een nummer dat ze konden bellen en wat is er nou duidelijker en internationaler dan ‘Papa’?. Juist.
Tóch geloof ik het nog niet helemaal, want wie krijgt er nou ooit via de politie zijn gestolen telefoon terug? Ik deed aangifte, maar daarmee mijn telefoon terug krijgen was een optie die niet eens door mijn hoofd is gegaan. Maar toen ik er langer over na ging denken realiseerde ik me dat ook dat waarschijnlijker was geweest, dan ik gedacht had: de meisjes zijn als groepje en door hun tactiek natuurlijk heel herkenbaar en keren waarschijnlijk steeds naar Gare du Nord terug, omdat het een drukke, chaotische plek is. Wanneer de politie daar op de uitkijk gaat staan, moeten ze de meisjes zo op kunnen pakken.
Mijn tripje naar Parijs was niet volgens verwachting, maar ik heb er zeker geen zuur gevoel aan over gehouden. Om te beginnen door de dames van C&A, die me heel erg goed hebben geholpen en die ik heel erg wil bedanken voor hun flexibiliteit, betrokkenheid, belangstelling en uiteindelijk ook humor. Vervolgens omdat het eigenlijk een heel interessante dag was en ik, hopelijk, nooit meer op een Parijs’ politiebureau zal komen (heel anders dan hier!). Ten derde omdat we in de auto zo’n lol en tegelijkertijd goede gesprekken hebben gehad: veel betekenisvoller dan in mijn eentje in de trein zitten. Ten vierde omdat ook de andere, Europese, C&A medewerkers die zich in Parijs hadden verzameld, en die met dat event wel iets anders aan hun hoofd hadden, zo ontzettend aardig en betrokken waren. Ook de vertaler heeft ons die middag perfect geholpen, terwijl dat eigenlijk niet was waar hij voor was ingehuurd en 2.5 uur op een politiebureau zitten voor hem niet echt boeiend was natuurlijk. En tot slot: omdat waarschijnlijk voor dit verhaal gaat gelden dat eind goed al goed is.
P.S. Totdat mijn telefoon gearriveerd is zit ik nog altijd zonder. Ik ben daarom met name minder actief op Instagram, wat je alleen op je telefoon kunt gebruiken. Jullie weten nu hoe dat komt.
Foto door mij.